BiologieBoost
Upgrade · 7 dagen gratis🔥 0

Hoofdstuk 9 · Theorie biologie vwo

Systeem Aarde en de mens

De mens als factor in het systeem Aarde — kringlopen, energie, voedsel en wat er gebeurt als stoffen zich ophopen.

Groene planten in een vochtig bos als voorbeeld van een ecosysteem
Foto: Luis Ruiz via Pexels. Gebruikt onder de Pexels-licentie; de foto dient als context en niet als biologisch schema.

Dit kun je uitleggen

  • Je kunt in een context beschrijven wat onder duurzame ontwikkeling wordt verstaan.
  • Je kunt in een context uitleggen hoe bij energieproductie rekening gehouden kan worden met duurzame ontwikkeling.
  • Je kunt in een context uitleggen hoe bij voedselproductie rekening gehouden kan worden met duurzame ontwikkeling.
  • Je kunt in een context uitleggen dat in een voedselketen accumulatie van schadelijke stoffen kan optreden en wat de gevolgen daarvan zijn.
  • Je kunt in een context toelichten wat de rol is van producenten, consumenten en reducenten in kringlopen van elementen.
  • Je kunt in een context toelichten welke processen van invloed zijn op kringlopen van elementen in een ecosysteem.
  • Je kunt in een context uitleggen wat oorzaken en gevolgen zijn van verstoring van kringlopen.
  • Je kunt in een context beargumenteren hoe maatregelen van de mens kringlopen van elementen in een ecosysteem en daarmee het systeem Aarde beïnvloeden.

Zo hangt de stof samen

Milieuvraagstukken hebben vaak meerdere schalen. Verbind een menselijke activiteit eerst aan een concrete verandering in een kringloop of abiotische factor, en redeneer daarna door naar populaties, biodiversiteit en mogelijke terugkoppelingen.

01

Duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling voorziet in wat we nu nodig hebben zonder de mogelijkheden van latere generaties aan te tasten. Biologisch gezien komt dat neer op één vraag: sluiten de kringlopen?

In een gesloten kringloop komt alles wat eruit gaat er ook weer in; er gaat geen grondstof verloren en er blijft geen afval over. Bij een open kringloop lekt er iets weg of wordt er van buiten toegevoegd, en dat is op den duur niet vol te houden. Materiaal dat biologisch afbreekbaar is, kan door reducenten terug de kringloop in; wat dat niet is, hoopt zich op. De uitkomst laat zich meten aan de biodiversiteit.

Kernbegrippen

duurzame ontwikkeling
Ontwikkeling die voorziet in wat we nu nodig hebben, zonder de mogelijkheden van latere generaties aan te tasten.
biologisch afbreekbaar
Door reducenten af te breken tot anorganische stof, zodat het materiaal in de kringloop terugkomt en zich niet ophoopt.
open kringloop
Kringloop waaruit stoffen weglekken of waaraan van buiten wordt toegevoegd; op den duur is dat niet vol te houden.
02

Duurzame energieproductie

Bij energieproductie bepaalt de keuze van de bron hoeveel uitstoot, ruimte en grondstof ermee gemoeid is. Hernieuwbare bronnen vullen zichzelf op menselijke tijdschaal aan — zon, wind, water, biomassa — terwijl fossiele bronnen dat niet doen.

De goedkoopste winst zit vaak niet in een andere bron maar in energiebesparing: minder energie gebruiken voor hetzelfde resultaat. Elke bespaarde eenheid hoeft niet opgewekt te worden en kost dus ook geen ruimte of grondstof.

Kernbegrippen

energieproductie
Het omzetten van een energiebron in bruikbare energie; de keuze van de bron bepaalt de uitstoot en het ruimtebeslag.
hernieuwbare energiebron
Bron die zichzelf op menselijke tijdschaal aanvult, zoals zon, wind, water en biomassa.
energiebesparing
Minder energie gebruiken voor hetzelfde resultaat; dat scheelt uitstoot zonder dat er een nieuwe bron voor nodig is.
03

Duurzame voedselproductie

Bij voedselproductie telt de plaats in de voedselketen. Hoe verder je van de producent af oogst, hoe meer energie er onderweg als warmte verloren is gegaan — plantaardig voedsel levert per hectare dus veel meer op dan dierlijk.

Bestrijdingsmiddelen verhogen de opbrengst, maar werken zelden alleen op de doelsoort en kunnen zich in de keten ophopen. Biologische landbouw laat kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen weg en zet in op bodemleven en gesloten kringlopen; daar staat een lagere opbrengst per hectare tegenover, en dus meer grondgebruik.

Kernbegrippen

voedselproductie
Het voortbrengen van voedsel; hoe verder in de voedselketen je oogst, hoe meer energie er onderweg als warmte verloren is gegaan.
bestrijdingsmiddel
Middel tegen onkruid, insecten of schimmels; het werkt zelden alleen op de doelsoort en kan zich in de keten ophopen.
biologische landbouw
Landbouw zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, met meer aandacht voor bodemleven en gesloten kringlopen. De opbrengst per hectare ligt meestal lager.
04

Accumulatie in de voedselketen

Accumulatie is ophoping: een stof komt sneller binnen dan hij wordt afgebroken of uitgescheiden. Vooral persistente stoffen doen dat, want die blijven lang in het milieu en krijgen zo de tijd.

Het vervelende zit in de voedselketen. Een roofdier eet veel prooien en neemt van elk de opgehoopte hoeveelheid over, zodat de concentratie per trofisch niveau verder oploopt. Bovenaan de keten kan die daardoor duizenden malen hoger liggen dan in het water of de bodem. Microplastic volgt dezelfde weg. Bij bestrijdingsmiddelen komt er nog iets bij: de doelsoort wordt resistent, terwijl de stof zich elders wél ophoopt.

Kernbegrippen

accumulatie
Ophoping van een stof in een organisme doordat hij sneller binnenkomt dan hij wordt afgebroken of uitgescheiden; hoger in de voedselketen loopt de concentratie verder op.
persistent
Slecht afbreekbaar, waardoor de stof lang in het milieu blijft en de tijd krijgt zich op te hopen.
resistent
Ongevoelig voor een middel; ontstaat doordat toevallig ongevoelige individuen overleven en zich voortplanten.
05

Kringlopen van elementen

Anders dan energie gaan stoffen wél rond. Een element doorloopt een kringloop en komt uiteindelijk weer terug bij het begin.

De drie groepen hebben elk hun rol. Producenten bouwen anorganische stof in tot organische stof, met fotosynthese als motor. Consumenten geven die stof door en breken een deel af bij hun dissimilatie. Reducenten sluiten de kring: zij breken dode resten en uitwerpselen af tot anorganische stof, waarmee de bouwstoffen weer beschikbaar komen. Zonder reducenten loopt elke kringloop binnen de kortste keren vast.

De koolstofkringloop en de stikstofkringloop zijn de twee die het examen het vaakst vraagt.

Kernbegrippen

kringloop
Weg die een element door een ecosysteem aflegt en waarbij het uiteindelijk weer bij het begin uitkomt — anders dan energie, die niet rondgaat.
fotosynthese
Vastleggen van koolstofdioxide en water tot glucose met licht als energiebron, waarbij zuurstof vrijkomt.
dissimilatie
Afbraak van organische stof waarbij energie vrijkomt voor de cel; aeroob levert het koolstofdioxide en water op.
06

Processen in de stikstofkringloop

Stikstofgas is verreweg de grootste voorraad stikstof, maar zo stabiel dat vrijwel geen organisme hem rechtstreeks kan gebruiken. De kringloop draait daarom om een reeks omzettingen, elk door hun eigen bacteriën.

Stikstofbinding maakt van stikstofgas een bruikbare vorm. Ammonificatie levert uit dode resten en uitwerpselen ammoniak en ammonium. Nitrificatie zet ammonium via nitriet om in nitraat, de vorm die planten het best opnemen — dat gebeurt aeroob. Denitrificatie doet het omgekeerde en brengt nitraat terug naar stikstofgas; dat gebeurt juist anaeroob, in natte, zuurstofarme bodems.

Ook methaan hoort in dit rijtje: het ontstaat bij afbraak zonder zuurstof en is een sterk broeikasgas.

Kernbegrippen

denitrificatie
Bacteriën zetten nitraat om in stikstofgas; daarmee verlaat stikstof de bodem en verdwijnt hij uit bereik van planten.
nitrificatie
Bacteriën zetten ammonium via nitriet om in nitraat, de vorm waarin planten stikstof het best opnemen.
ammonificatie
Reducenten breken stikstofhoudende resten en uitwerpselen af tot ammoniak en ammonium.
07

Verstoring van kringlopen

Komt er meer van een stof in het systeem dan de kringloop aankan, dan loopt het ergens over. Nitraat spoelt gemakkelijk uit naar grond- en oppervlaktewater, waar het niet meer bij de wortels komt maar wel de waterkwaliteit bepaalt.

Daar veroorzaakt het eutrofiëring: algen groeien hard, sterven af, en hun afbraak haalt het zuurstof uit het water — met vissterfte als gevolg. In de atmosfeer speelt hetzelfde met koolstof: broeikasgassen houden warmtestraling vast, wat op zichzelf normaal is en de aarde leefbaar maakt, maar bij een te hoge concentratie het klimaat verschuift.

Kernbegrippen

uitspoeling
Meespoelen van opgeloste voedingsstoffen met regenwater naar diepere lagen of naar het oppervlaktewater, waar ze niet meer bij de wortels komen.
eutrofiering
Overmaat aan voedingsstoffen in water; algen groeien hard, sterven af, en de afbraak daarvan haalt het zuurstof uit het water.
broeikaseffect
Gassen in de atmosfeer laten zonlicht door maar houden warmtestraling van de aarde vast; zonder dit effect zou de aarde te koud zijn, met te veel wordt hij te warm.
08

Kringlopen sluiten

Wat de mens doet, bepaalt of een kringloop open of gesloten blijft. Hergebruik houdt een product in omloop; recyclen brengt het materiaal terug tot grondstof en maakt er iets nieuws van. Allebei besparen ze grondstof, maar recyclen kost zelf ook energie.

De uitkomst laat zich aflezen aan de biodiversiteit. Blijven kringlopen open, dan hoopt zich aan de ene kant afval op en raakt aan de andere kant grondstof op, en dat gaat ten koste van de verscheidenheid aan soorten en ecosystemen.

Kernbegrippen

hergebruik
Een product of materiaal opnieuw inzetten in plaats van weggooien, zodat er minder nieuwe grondstof en energie nodig is.
recyclen
Materiaal terugbrengen tot grondstof en daar iets nieuws van maken; dat sluit de kringloop verder dan weggooien, maar kost wel energie.
gevolgen voor de biodiversiteit
Ingrepen in kringlopen en leefgebieden werken door in het aantal soorten en de variatie daarbinnen; verlies daarvan maakt een ecosysteem minder bestand tegen verstoring.
09

Successie

Een kale plek blijft niet kaal. In een vaste volgorde nemen levensgemeenschappen elkaars plaats in, en elke fase verandert de omstandigheden voor de volgende — dat is successie.

Pioniersoorten komen als eerste: ze verdragen zware omstandigheden en maken de bodem geschikt voor soorten die minder kunnen hebben. Uiteindelijk ontstaat een climaxecosysteem, waarin de samenstelling niet wezenlijk meer verandert zolang de omstandigheden gelijk blijven. In Nederland zou dat vrijwel overal bos zijn.

Kernbegrippen

successie
Geleidelijke opvolging van levensgemeenschappen op dezelfde plek, waarbij elke fase de omstandigheden verandert voor de volgende.
pioniersoort
Soort die als eerste een kale plek koloniseert; verdraagt zware omstandigheden en maakt de plek geschikt voor soorten die daarna komen.
climaxecosysteem
Eindfase van de successie: de samenstelling verandert niet wezenlijk meer zolang de omstandigheden gelijk blijven.
10

Overgangen en groei

De motor achter de overgangen is concurrentie: soorten die het in de nieuwe omstandigheden beter doen, verdringen de vorige.

Een groeicurve laat zien hoe een populatie zich daarbij ontwikkelt. Eerst loopt hij steil op, daarna vlakt hij af naarmate de draagkracht in zicht komt. Een gradiëntecosysteem is een gebied waarin een factor geleidelijk verloopt, bijvoorbeeld van nat naar droog of van zout naar zoet. Doordat er voor veel soorten ergens een geschikte plek zit, leven er veel meer soorten dan in een uniform gebied.

Kernbegrippen

gradiëntecosysteem
Gebied waarin een factor geleidelijk verloopt, zoals van nat naar droog; door die overgang leven er veel meer soorten dan in een uniform gebied.
concurrentie
Strijd om iets waar te weinig van is — licht, voedsel, ruimte of partners — binnen één soort of tussen soorten.
groeicurve
Grafiek van de populatiegrootte in de tijd; hij loopt eerst steil op en vlakt af zodra de draagkracht in zicht komt.
11

Evenwicht en omslag

Een ecosysteem kan in meer dan één evenwichtstoestand verkeren. De draagkracht geeft aan hoeveel individuen een gebied blijvend kan onderhouden; daarboven neemt de sterfte toe of de aanwas af, waardoor het aantal weer terugzakt.

Zolang een verstoring binnen de tolerantiegrenzen blijft, veert het systeem terug. Maar bij aanhoudende druk kan het een omslagpunt bereiken en in één keer naar een heel andere toestand kantelen — een helder meer dat troebel wordt, bijvoorbeeld. Terugdraaien lukt dan meestal niet door de druk simpelweg weg te nemen.

Kernbegrippen

draagkracht
Het aantal individuen dat een gebied blijvend kan onderhouden; daarboven neemt de sterfte toe of de aanwas af.
tolerantiegrenzen
De uiterste waarden van een factor waartussen een soort het nog uithoudt.
omslagpunt
Punt waarop een ecosysteem door aanhoudende verstoring opeens in een andere toestand kantelt, die daarna moeilijk terug te draaien is.
12

De mens en de ontwikkeling van ecosystemen

Klimaatverandering verschuift temperatuur en neerslag, en daarmee waar soorten kunnen leven en wanneer ze bloeien, uitkomen of trekken. Dat verandert niet alleen de plek van een soort, maar ook of hij zijn voedsel of bestuiver nog op het juiste moment tegenkomt.

Doordat die verschuivingen sneller gaan dan veel soorten zich kunnen aanpassen of verplaatsen, verandert de ontwikkeling van hele ecosystemen — en daarmee het systeem Aarde.

Kernbegrippen

exoot
Soort die door de mens buiten zijn oorspronkelijke gebied terechtkomt; zonder natuurlijke vijanden kan hij inheemse soorten verdringen.
natuurbeheer
Bewust ingrijpen om een gebied in een gewenste toestand te houden of te brengen, bijvoorbeeld door begrazing, maaien of plaggen.
klimaatverandering
Blijvende verschuiving van temperatuur en neerslagpatronen, versneld door de uitstoot van broeikasgassen.

Let hierop

Vermijd algemene zinnen als ‘dit is slecht voor het milieu’. Benoem welke stof of factor verandert, welk biologisch proces daardoor verandert en voor welke organismen dat gevolgen heeft.

Controleer of je het begrijpt

Beantwoord deze vragen zonder terug te kijken. Kun je de tussenstappen hardop uitleggen, dan beheers je de kern beter dan wanneer je de tekst alleen herkent.

  1. Leg uit hoe verbranding van fossiele brandstoffen de koolstofkringloop verandert.
  2. Waarom kan eutrofiëring uiteindelijk zuurstoftekort veroorzaken?
  3. Noem een maatregel die zowel een oorzaak als een gevolg van biodiversiteitsverlies aanpakt.

Verantwoording

De leerdoelen en begrippen zijn afgestemd op de syllabus biologie vwo van het College voor Toetsen en Examens. De uitleg, voorbeelden, kernredenering en zelfcheck zijn eigen werk van BiologieBoost.

Lees de volledige werkwijze op Bronvermelding en meld een inhoudelijke fout via contact@biologieboost.nl.

Oefen verder met systeem aarde en de mens

Herhaal de kernbegrippen met flitskaarten en pas de redeneringen toe in examenopgaven.

Naar de oefeningen