Waarom dit helpt
Kies het juiste membraantransport op basis van gradiënt, stofeigenschappen, eiwitten en energiegebruik.
Beoordeel stof en membraan
Kleine apolaire moleculen, zoals zuurstof, kunnen relatief makkelijk door de fosfolipidendubbellaag diffunderen. Ionen en veel polaire moleculen hebben een kanaal of transporter nodig. De aanwezigheid van een eiwit maakt transport echter nog niet actief.
Selectiviteit kan ontstaan doordat een kanaal alleen de juiste diameter of lading doorlaat, of doordat een carrier specifiek bindt en van vorm verandert. Daardoor kan een cel verschillende concentraties voor verschillende stoffen handhaven.
Volg de gradiënt
Bij eenvoudige en gefaciliteerde diffusie is de nettoverplaatsing met de gradiënt mee. Voor een ongeladen stof gaat dat meestal van hoge naar lage concentratie. Voor een ion tellen zowel concentratieverschil als elektrische aantrekking mee; samen vormen zij de elektrochemische gradiënt.
Diffusie kost de cel geen directe ATP-hydrolyse, maar een concentratiegradiënt kan eerder wel met energie zijn opgebouwd. Een ionkanaal dat openstaat gebruikt dus niet per doorgelaten ion ATP, terwijl de pomp die de gradiënt onderhoudt dat vaak wel doet.
Herken primair en secundair actief transport
Primair actief transport koppelt verplaatsing tegen de gradiënt rechtstreeks aan energie, vaak uit ATP. Een pomp kan zo natrium en kalium in ongelijke concentraties houden. Secundair actief transport gebruikt de energie die in zo’n gradiënt is opgeslagen.
Bij cotransport stroomt één stof met haar gradiënt mee en drijft daarmee een andere stof tegen haar gradiënt in dezelfde of tegengestelde richting. De tweede transporter gebruikt misschien geen ATP direct, maar het totale systeem is afhankelijk van energiegebruik door de pomp.
Koppel transport aan functie
In de darm kan een natriumgradiënt opname van glucose ondersteunen. Aan de andere celzijde kan glucose via gefaciliteerde diffusie naar het bloed. Verschillende eiwitten aan verschillende membraanzijden geven de cel dus richting.
Een goed examenantwoord noemt plaats, gradiënt, eiwit en energiebron. ‘Glucose gaat actief naar binnen’ is te grof als de vraag naar het mechanisme vraagt. Benoem welke gekoppelde stof de aandrijving levert en waardoor haar gradiënt blijft bestaan.
Veelgemaakte denkfouten
Controleer deze drie punten
- Transport via een eiwit is niet automatisch actief transport.
- Evenwicht betekent geen nettoverplaatsing, niet dat moleculen stilstaan.
- Secundair actief transport gebruikt indirect energie uit een eerder opgebouwde gradiënt.
Actief ophalen
Kun je dit zonder terugkijken?
- Waarom passeert zuurstof de dubbellaag makkelijker dan een natriumion?
- Leg uit hoe een pomp en een cotransporter samen glucoseopname mogelijk maken.
- Wanneer kan het openen van een ionkanaal toch een gerichte netto-ionstroom geven?
Redactionele verantwoording
Dit artikel is in eigen woorden geschreven door BiologieBoost en sluit aan bij de biologische redeneerwijzen en onderwerpen uit de syllabus biologie vwo. Het is geen kopie of bewerking van een lesmethode.
Lees meer over onze werkwijze op Bronvermelding of meld een inhoudelijke fout via contact@biologieboost.nl.
Terug naar de leerlijn
Cel en leven
Lees het volledige theoriehoofdstuk of oefen dezelfde stof met flitskaarten en examenopgaven.